De bus naar Bundi is er eentje van de echte Indiase staatsmaatschappij. Oerdegelijk en niet om aan te zien, en kennelijk maar met drie versnellingen want hoger heeft de chauffeur de hele 250 km niet gereden. Gelukkig hebben we plaatsen helemaal voor in want de bus stopt in elke plaats van enige omvang en alles wat langs de weg staat wordt in het gangpad naar achteren gepropt. De geit die er als een van de eerste in ging begint steeds jammerlijker te mekkeren....
.
De Ranau Kau ligt redelijk dicht in de buurt van het dorpje Hanga Roa waar we verblijven. Deze voormalige vulkaan is hoog genoeg om een mooi uitzicht over het eiland te geven en heeft nog een fraai kratermeer ook. Dus de schoenen aan en omhoog! Eerst langs het haventje, een man wenkt ons en laat trots z'n vangst van vanmorgen zien. Het is een enorme tonijn. Althans enorm in onze ogen. Hij heeft ze nog veeel groter gevangen, zegt ie...
We rijden door de smalle Caprivistrook naar het westen van Namibië. Hier nog veel kleine dorpje met hutten en overal vee. Onderweg staan er in een dorpje wat mensen met houtsnijwerk langs de weg. Hier wat lokale kunstnijverheid ingeslagen. En dan weer door. Het is een enorm lang recht stuk weg.
Deze ochtend was het slalommen tussen de fietsers door. Er is hier een meerdaagse fietstocht gaande en twee dagen geleden kwamen we ze ook al tegen. Toen waren we net voor de meute uit, vandaag zitten we er midden in. Kilometers lang tussen de fietsen door laveren. Overigens een perfect georganiseerd gebeuren met overal waarschuwingsborden en eet en drinkstops. Maar erg opschieten doet het dus niet.
Wenchuan in de plaats waar het epicentrum lag van de aardbeving van 2008. Meer dan 88.000 mensen kwamen om 11.000.000 raakten dakloos. Kille getallen die de enorme schaal van verwoesting aangeven. Als we de bus nemen naar Chengdu rijden we dwars door dit gebied. En wat blijkt, ogenschijnlijk is er nog maar heel weinig van te zien. Wenchuan is een geheel nieuwe stad waar alles weer zijn gang lijkt te gaan.








