Vanochtend snel een ontbijtje en om half acht de tassen in de Landcruiser van Turat geparkeerd. Vervolgens naar een winkeltje om 18 flessen water in te slaan, de tank vol gegooid en Dan echt op pad!
Het eerste uur rijden we door Dushanbe en van alles wat er tegenaan gebouwd is. Niet heel fraai. Gelukkig wordt daarna het landschap weidser en zien we weer vooral veel landbouw.
.
Vroeg opgestaan want we gaan naar Ankor Wat. Eerst op straat wat water en stokbroodje's gekocht. De stokbroodje's vindt je overal in Azie waar de Fransen hebben gezeten. We zagen ze al eerder in Laos en Vietnam. En het is heerlijk om de dag met een gewoon lekker stokbrood te beginnen!
De Ranau Kau ligt redelijk dicht in de buurt van het dorpje Hanga Roa waar we verblijven. Deze voormalige vulkaan is hoog genoeg om een mooi uitzicht over het eiland te geven en heeft nog een fraai kratermeer ook. Dus de schoenen aan en omhoog! Eerst langs het haventje, een man wenkt ons en laat trots z'n vangst van vanmorgen zien. Het is een enorme tonijn. Althans enorm in onze ogen. Hij heeft ze nog veeel groter gevangen, zegt ie...
Het is al donker als we vertrekken uit Moskou. We zien dan ook niet veel meer van deze stad. In de trein blijkt dat er vrijwel alleen maar Mongolen mee reizen en een enkele Rus. Eigenlijk is het helemaal een Mongoolse trein want ook de provodniki (de dames die de wagon schoonhouden) zijn Mongools.
Een wat ouder frans stel zijn de enige die net als wij als tourist de rit maken. Er zitten heel wat handelaren in ons treinstel en er wordt druk gesleept met tassen vol handel. Wij houden het nu wel voor gezien en gaan ons voor de eerste keer in slaap laten kedeng-eh-dengen.
De grote dag!
Om acht uur staan we bij het Tibet hotel, ons meetingpoint met de gids en chauffeur. Ze zijn al aanwezig en we stellen ons even voor. De gids heet Lobsang, de driver Nima. Beiden nog jonge gasten, 22 en 23 jaar. Ze maken een goede indruk. Na wat passen en meten blijkt al onze bagage in de Landcruiser te passen. De gids neemt plaats op de achterste bank direct naast de bagage, wij zitten met z'n drieen op de achterbank + een persoon voorin naast de bestuurder. Het is allemaal ruim genoeg. "Onze" Toyota is ruim bemeten en ook behoorlijk breed.
San Augustin is een dorp op een uur of zes rijden vanaf Popayan. Hemelsbreed is het niet zo ver maar de weg erheen is beroerd. Ongeveer een half uurtje asfalt en dan houd het op, dirtroad all the way... Dus hobbelen we heen, op de achterste stoelen in de bus. Ook al geen pretje. Tel daarbij op drie kotsende koters om ons heen en je kunt begrijpen dat dit geen pretje was... Maar we halen het...
In San Augustin hebben we weer een plaatje van een hostal. Vrij basic, maar zo mooi gelegen op een heuvel naast het dorp. Je kijkt uit over de wijde omgeving vanuit de prachtige tuin vol bloemen en bomen vol mandarijntjes. Het is van een Fransman en ze verbouwen ook nog eens hun eigen groente en bakken hun eigen brood dus; heerlijk eten!








