.
Als we aankomen op het station van Ulan batar staat er al iemand op ons te wachten. Ze heet Namsrai en spreekt goed Engels. We lopen met haar naar een busje en rijden richting een van de buitenwijken van Ulan Batar. Het zijn grote grauwe flatgebouwen in de Sovjet stijl. Bij een van de gebouwen worden we gedropt, het blijkt ons verblijf te zijn. We verblijven de komende dagen bij Namsrai, haar zus en haar vader. Het appartement is op de 7e verdieping en is aan alle kanten ingericht met tapijten, zowel op de vloer als aan de muur. Het houdt het in elk geval lekker warm want de temperatuur is er tropisch. Dit in tegenstelling tot buiten want het was vandaag geheel bewolkt en dik onder nul. En dat terwijl in Mongolie 260 dagen per jaar de zon schijnt. Maar vandaag dus even niet...
On zes uur je bed uit om het ochtendlicht de Taj Mahal te zien strelen. We zijn niet de enige die dat plan hadden deze ochtend.... Bij de enige poort die op dit tijdstip open is staan twee lange rijen, een voor de vrouwen en een voor de mannen. Dat gaat dus even duren, ze controleren ook weer heel stipt en ons rugzakje mag niet mee naar binnen. De inhoud weer wel, dus met camera en waterfles door de controle...
Om half zes gaat het wekkertje en een half uur later worden we opgepikt door een taxi. Met een noodgang al toeterend naar het busstation gereden en dus ruim op tijd aanwezig. Hier ontmoeten we de anderen die meegaan met de trip. Michael, John, Tessa, Volkan, Itana en Helen. Achtereenvolgens uit Australie, Engeland, Duitsland en Engeland. Weer een internationaal gebeuren dus. De gids is Irene, een stevige Arequipaanse jongedame.
Met de bus Tokyo uit. In eerste instantie lijkt er geen einde aan deze megastad te komen. En dan opeens maakt het beton plaats voor groene heuvels die al snel weer overgaan in heuse bergen. Tunnel na tunnel passeren we op de weg door de Japanse alpen naar Matsumoto. Halverwege zowaar een uur in een echte Japanse file. Het is druk richting Alpen tijdens de Golden Week.








