De vierde dag gaan we van Bagan naar Mandalay. We reizen eerst naar Mount Popa. Deze berg ligt als een soort Kilimanjaro midden in een verder vrij vlak landschap. Hij is alleen lang niet zo hoog, zo'n 1400 meter. Op een hoge rotspunt staat een tempel en via een lange trap kan je naar boven klimmen. Het is verworden tot een toeristische attractie met allerlei winkeltjes in het dorpje beneden en langs de trap omhoog. En er zijn apen, overal waar je kijkt zijn apen. Ze worden gevoerd en zijn dus heel tam en ERG brutaal. En de aapjes zijn nog lang niet zindelijk en de trappen liggen dan ook geregeld vol met apenstront. En aangezien je ook hier op blote voeten moet lopen....
.
Met de campervan door IJsland
Bikaner is een van de "uithoeken" van India. Vlak tegen de Pakistaanse grens en op de rand van de Thar Desert is dit zo'n plek waar je gelijk het gevoel krijgt van de buitenpost op de historische handelskaravaan route.
Tegenwoordig natuurlijk ook gewoon een "moderne" stad maar als je net arriveert en de stofwolken over straat ziet rollen tussen de kamelenkarren en het oude fort door waan je je even in vroeger tijden.
En het is zo vroeg nog lekker rustig op straat, onze riksja snort naar het hotel wat we gevraagd hebben en dat blijkt ook nog eens een heel fraaie plek te zijn dus de start is ditmaal heel ok. Even een nachtje treinodeur van het lichaam spoelen en dan op het dakterras ontbijten, life ain't bad....
Nog altijd hebben we goed weer. Ook deze ochtend weer strak blauw.
We gaan eerst naar het Rawok Tso lake vlakbij het plaatsje Rawok. Het is een heel langgerekt meer wat om een paar bergen heen ligt. Met de auto een eind van Rawok weggereden over paden en vlaktes. Uiteindelijk op een prachtig punt beland. In de weides lopen yaks en schapen te grazen en het turqoise meer spiegelt de besneeuwde toppen.
Vandaag is de eerste dag van de Golden Week. De vakantie week voor geheel Japan. En waar gisteren de straten hier gevuld waren met miljoenen mannen in pak zijn ze vandaag vrijwel geheel verdwenen. Lekker thuis met de family. En daardoor lekker rustig op straat.
Ik hang uit het gat in de trein waar ooit de deur heeft gezeten. In het zonnetje en met een lekker windje door het haar. De geur van groene rijstvelden, rokerige vuurtjes en een oude diesellocomotief. De rijstvelden en kleine dorpjes schieten voorbij. Nou ja, schieten, echt hard gaat het niet. We stoppen in elk gehucht onderweg en het boemeltje hobbelt letterlijk zijn weg richting het noorden. Ik heb altijd gedacht dat een treinrails toch overwegend vlak dient te zijn, maar hier zitten er echte kuilen in de rails. Soms kom je bijna los van het bankje!
Nog voor dat vanaf de minaretten in Meknes de wakeupcall van 5:30 klinkt lopen wij al door de stad naar het busstation. En ja, dat is eigenlijk best wel vroeg. Vandaag gaan we naar Marrakesh en de bus vertrekt op dit vroege uur. En geloof het of niet maar het regent zelfs even tijdens ons wandelingetje.








